Blog#18 Absolute dieptepunt?

Ik trok de voordeur achter mij dicht en keek de straat in. Mijn straat, die er zo anders uitzag. Alle details, alle geluiden, het kwam keihard binnen.
Met een onregelmatige ademhaling en verhoogde hartslag liep ik stevig door. Totdat ik niet meer voelde dat mijn voeten de grond raakten. Opgeslokt door alle prikkels, gevangen in mijn hoofd, overweldigd door de angst.
Toen ik overstak zag ik het gebouw van de huisarts, nog maar een klein stukje, en dan mocht ik in elkaar storten.
En dat deed ik, met trillende stem en tranen in mijn ogen vroeg ik de assistente of ik in een aparte ruimte kon wachten op mijn afspraak. De assistente twijfelde geen moment en begeleidde me naar een lege onderzoekskamer.

Mijn hele lichaam beefde en mijn hart bonkte nog nooit zo snel. Op dat moment had ik de volle overtuiging dat ik afstevende op een hartaanval. Zelfs het idee omringd te zijn door artsen kon mij niet meer geruststellen. Deze aanval duurde geen 20 minuten, zoals de theorie omschrijft, nee deze hield aan.

Na enige uitloop werd ik eindelijk naar binnen geroepen. “Wat is er aan de hand?” Mijn huisarts leunde achterover, voor hem was het allang duidelijk.
“Ik voel dat mijn hart tekeer gaat en zojuist op straat was ik ontzettend duizelig. Het leek wel alsof ik zweefde.” Mijn stem klonk schor. “Ik vind toch dat mijn hart moet worden nagekeken, en je hebt mijn bloed ook helemaal nooit onderzocht. Ik voel dat er duidelijk iets mis is.”
“Ik ga daar niet met je in mee, en daarom ga ik dat ook niet onderzoeken.” Het was even stil.
“Wat heb je afgelopen week allemaal gedaan?”
Ik dacht na: “Ik moest naar mijn werk voor een gesprek met de arbo-arts. En vervolgens ging mijn man op zakenreis, dus was ik de rest van de week alleen met de kinderen.”
“Zo te horen neem je te veel hooi op je vork.”
“Hoezo, het ging afgelopen tijd juist iets beter?”
“Het gaat er ook niet om dat jij niet voor je kinderen kunt zorgen, het gaat erom welke druk jij ervaart. Heb je bijvoorbeeld hulp gevraagd toen je man in het buitenland was?”
“Nee….” Ik vraag bijna nooit om hulp en heb lange tijd sterk de overtuiging gehad dat het zwak is om hulp te vragen.
“Ik denk dat jij jouw omgeving echt duidelijk moet maken hoe het met je gaat, en dat je alle hulp kunt gebruiken. En anders moet je met je man bespreken dat zakenreizen er nu even niet in zitten. Jullie zijn getrouwd en zullen dit samen aan moeten gaan, daar gaat het huwelijk over.”
Ik kalmeerde langzaam in het gesprek en besefte dat mijn huidige toestand het resultaat was van een intensieve week.
“De arbo-arts adviseert mij om vaker op de werkvloer aanwezig te zijn.” Ik gaf hier vervolgens zelf al antwoord op. “Ja ik denk eerlijk gezegd dat ze een verkeerd beeld van mij heeft. Ik ga namelijk niet in joggingpak naar kantoor, dus ik begrijp wel dat ze het positiever inziet dan dat het in feite is.”

Omdat ik in een grote organisatie werk, heeft het bedrijf haar eigen arbo-artsen in dienst. Alle afspraken vinden dan ook plaats op kantoor. En als ik eerst door het pand heen moet, met de grote kans dat ik collega’s tegenkom, trek ik toch echt mijn nette kleren aan.
“Maar wie hou je nu eigenlijk voor de gek?” vroeg mijn huisarts.

Hij had gelijk, ik hield vooral mijzelf voor de gek, door mij beter voor te doen dan dat het daadwerkelijk met mij ging. Iedere keer kwam ik weer in dezelfde loop terecht. Die loop ging als volgt: opkrabbelen na een terugval – weer wat meer gas erbij thuis of op het werk – net weer iets te veel – paniekaanval – terug bij af.
“Ik ben zo op van al die angst, misschien moet ik dan toch maar aan die stomme anti-depressiva.” Waren mijn woorden letterlijk.

Al van het idee dat ik aan de anti-depressiva zou gaan, om de angst te bedwingen, kreeg ik een paniekaanval. Ik was namelijk niet depressief, om maar niet over het imago van het medicijn te beginnen. Maar ik was nu op een punt gekomen dat ik iets moest doorbreken, een patroon dat al maanden aanhield. Misschien was dit ook het punt om te accepteren dat ik hulp nodig had. Vanuit mijn omgeving, om mijn gezin draaiende te houden, maar ook op neurologisch vlak.

Mijn omgeving reageerde heel wisselend op mijn afwegingen om het medicijn te gebruiken. Van “Dat is toch troep” tot “Uiteindelijk doe je het toch zelf, en kan dit een steuntje in de rug zijn”. Het laatste nam ik ter harte en zo werd mijn absolute dieptepunt, mijn keerpunt. Een keerpunt omdat ik realiseerde dat hulp vragen geen schande is. Een keerpunt omdat ik accepteerde dat angst een deel van mij was. Een keerpunt omdat vanaf dit moment mijn herstel pas echt begon.

Misschien laat jij je omgeving ook geloven dat het goed met je gaat.
Misschien vind jij het ook moeilijk om hulp te vragen, omdat je het zo lang alleen hebt volgehouden.
Wat betreft de opvoeding van kinderen stuitte ik op een oud Afrikaans gezegde: It takes a village te raise a child.
Zoals mijn huisarts mij op mijn hart drukte: “Zet je netwerk in, vraag om hulp.”
Ook jij hoeft het niet allemaal zelf te doen. Sterker nog, opvoeden doe je met z’n allen, want jij bent zeker niet alleen!

Posts created 47

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven