#36 Paniek is echt mijn ding

“Je moet nu naar huis komen,” hijgde ik door de telefoon. “Schat, ik ben net aangekomen op kantoor,” mijn man probeerde op me in te praten. “Nee, het lukt me echt niet. In deze staat kan ik niet voor de kinderen zorgen. Geloof me, je moet echt naar huis komen.” Er klonk paniek in mijn stem. Mijn man wist dat er niks anders op zat dan zijn spullen weer in te pakken en naar huis te rijden. “Het duurt wel een uur voordat ik thuis ben.”

Vijf minuten eerder stond ik onder de douche samen met onze jongste. En plots voelde ik de energie uit mijn lichaam stromen. Kletsnat had ik mijn badjas aangetrokken en greep ik naar mijn mobiel. Op de achtergrond hoorde ik onze peuter vrolijk spelen in zijn badje. Geen idee van de paniek in mijn hoofd.

Zodra ik wist dat mijn man onderweg was, ebde de angst weg. Met het laatste beetje energie kon ik de kleine jongen afdrogen en beneden met wat fruit op de bank neerzetten. De televisie ging aan. Het was wachten op de hulptroepen.

Ik voelde me de slechtste moeder ooit. Als ik niet eens mijn eigen zoon in bad kon doen. Hoe moeilijk kon dat zijn…? Het oordeel over mijzelf maakte dat de grijze wolk zwart kleurde, en paniek mijn enige uitweg was. Dit sloot totaal niet aan bij mijn beeld van goed en verantwoord moederschap.

Mijn man moest voor de zoveelste keer naar huis komen. Voor de zoveelste keer zijn baas vertellen dat het thuis nog steeds niet lekker liep. Voor de zoveelste keer zijn medewerkers vertellen dat hij afspraken moest verzetten. Hij was tenslotte zelf leidinggevende. Maar hij kon niet oneindig lang de afwezige manager zijn, dat wist ik ook.

“Merken jouw kinderen het als je een paniekaanval hebt?” vroeg mijn psycholoog toen ik een paar dagen later vertelde over mijn terugval. “Nee, dat denk ik niet,” antwoordde ik. “Nee ik weet het zeker, ik houd het voor mezelf.” “Wat zou er gebeuren als je het wel zou laten zien?” Het was even stil. “Dan zouden ze weten dat ik beef van angst, de deur eigenlijk niet uit durf en ik verdriet heb…” “Mogen ze dat niet zien?”

“Liever niet…”

“Is het zo erg als mama zich even niet goed voelt? Ze zullen je verrassen met hun kijk op dingen.” Ze had gelijk. Waarom mochten mijn kinderen alleen hun vrolijke, sterke en ik-kan-alles moeder zien? En niet de verdrietige, fragiele en ik-kan-veel-maar-nu-even-niet moeder?

Een week later overkwam het me weer. Overvallen door moeheid dekte ik met knikkende knieën de tafel. Het was etenstijd en mijn man kon ieder moment thuiskomen. Dat was mijn strohalm. Als hij thuis kwam kon ik alles van me af laten glijden. Nog even. De telefoon ging: “Schat ik sta in de file…”

De paniek sloeg toe. Hoe moest ik dit doen? Eten met 2 kinderen terwijl ik op instorten stond. Ik ging zitten en barstte bijna in tranen uit. Naast mij kroop mijn (destijds) tweejarige zoon en zei: “Mama, ik vind je lief.” Ik keek op naar hem. Vond hij mij lief? Terwijl ik voor mijn gevoel alle controle verloor? Dat was het moment waarop een besef doordrong dat ook in die toestand ik nog steeds geen slechte moeder ben.

Nu maanden later is paniek nog steeds mijn uitlaatklep. Zelfs met medicatie ligt angst op de loer. Want het is het enige waar ik echt naar luister. Moeheid is voor mij geen signaal meer, na jaren met gebroken nachten. Hoofdpijn, daar heb je paracetamol voor. Maar angst, die spant de kroon. En nu kan ik eindelijk zeggen: gelukkig maar!

Misschien ervaar jij nu ook allerlei symptomen die je grootste vijand lijken. Word je geconfronteerd met de grenzen van jouw lichaam. Jouw kinderen merken dat jij moe en verdrietig bent. So what!
Dat betekent niet dat ze minder van je houden. Of zoals ik dacht; dat ik een slechte moeder ben. Wees daarom hun voorbeeld als het aankomt op luisteren naar je lichaam. Want jij bent zeker niet alleen!

Posts created 47

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven